| Het
woord 'advent' is afgeleid van het Latijn: adventus (=komst, er aan
komen) en advenire (= naartoe komen). Letterlijk betekent Advent:
God komt naar ons toe.
De Advent heeft in
de liturgie een dubbel karakter:
- Het is de
voorbereidingstijd op het Kerstfeest, de geboorte van Jezus
Christus in onze mensengeschiedenis ruim 2000 jaar geleden.
- Eveneens is de
Advent de periode van verwachting van Jezus' wederkomst op het
einde der tijden, wanneer God alles in allen zal zijn.
Advent begint op
zondag vier weken voor Kerstmis, dus de zondag tussen 26 november en
4 december; dit jaar begint de Advent derhalve 30 november 2003.
De zondagen van deze tijd heten 1e, 2e, 3e, 4e zondag van de Advent.
Zo leven wij in de Advent naar het kerstfeest toe, opdat Jezus,
Emmanuel God-met-ons, ook in ons eigen leven geboren mag worden. In
deze periode worden wij uitgenodigd een grondhouding van verwachting
en openheid aan te nemen. Wij maken ons hart klaar om Hem te
ontvangen en opnieuw binnen te laten. De liturgie van de 4
adventszondagen wil die grondhouding ondersteunen en stapsgewijze
gestalte geven.
In de kerk komt
een adventskrans te hangen. Daar staan vier kaarsen op. Iedere
zondag van de Advent wordt er een kaars ontstoken. We zien uit naar
de komst van Jezus, 'het Licht der wereld'. Hoe meer kaarsen van de
adventskrans branden, hoe meer licht er is, dat wil zeggen hoe
dichter Jezus, het Licht, nabij is. De adventskrans is gemaakt van
dennengroen; groen uit de natuur dat de winter trotseert. Het paarse
lint dat doorheen het groen is geslingerd, spoort ons aan tot
bezinning en inkeer. De priester draagt in deze adventstijd een
paars kazuifel. Paars is de kleur van bezinning, boete en bekering.
In de advent wordt het 'Eer aan God' (Gloria) niet gebeden of
gezongen. Dit vreugdelied zongen de engelen in Betlehem bij de
geboorte van Jezus. We zingen het in de Advent niet, omdat de Advent
een tijd van inkeer is: zo klinkt het met Kerstmis weer als een
nieuw lied. Dat nieuwe lied mogen we met Kerstmis met de engelen
meezingen, vol blijdschap om de geboorte van Jezus.
De eerste
lezingen in de Advent zijn voor het merendeel genomen uit de profeet
Jesaja, die Israėl op weg zette om de Verlosser te ontvangen. Jesaja
schetst verschillende beelden over Diegene die gaat komen. In de
Evangelies komen we vaak de laatste grote profeet van het Oude
Testament tegen, Johannes de Doper, de voorloper van Jezus. De
Advent is liturgisch gezien een 'Mariamaand'. Met Maria zien wij vol
verwachting uit naar Jezus die naar ons toekomt.
|
|
Terug
|
|